“We zouden eigenlijk niet moeten bouwen”

Moet je als architect natuurlijk niet van de daken schreeuwen. Je gooit daarmee je eigen glazen in. Je collega’s zouden het kunnen uitleggen als een bedenkelijke vorm van nestbevuiling. Wil je je status en je economische onafhankelijkheid – ik heb het niet over financiële onafhankelijkheid – een beetje overeind houden, dan moet je als architect toch willen bouwen. Natuurlijk, de hele grote geesten onder ons redden het met jarenlang alleen maar essays te schrijven over architectuur met een A en hun lezingen daarmee te larderen. Dat is een kwaliteit, die ik ontbeer. Zou het wel willen kunnen, maar ik voel mezelf bij het idee alleen al heel gauw een beetje lachwekkend, beetje sneu, voor de buitenwereld.

Toch is het van groot belang, meningen te ventileren over bijvoorbeeld architectuur, want daar denk ik dan aan, zonder gehinderd te worden door praktische ondervinding. Je kunt dan sprongen maken, die iemand die leergeld heeft moeten betalen, nooit meer zal durven overwegen. Dit fenomeen kennen we natuurlijk van iedere vorm van wetenschappelijk onderzoek : kennis en ervaring kunnen de fantasie heel erg in de weg zitten.

Dat we eigenlijk niet zouden moeten bouwen, gaat dus over iets anders : Dat we niet zonder noodzaak zouden moeten bouwen. Nou kun je dit idee direct onderuit halen door te vragen, het begrip noodzaak te definiëren. Daar is best iets over te zeggen, maar als je bijvoorbeeld onze verzadigde kantorenmarkt zou afzetten tegen de gevolgen van de aardbeving in Japan, dan heb je voor de discussie al twee zo ontzettend ver uit elkaar liggende polen, dat de vraag naar wat noodzakelijk bouwen inhoudt, erg gênante trekjes gaat vertonen. Waarmee de discussie niet eens aan een begin toekomt.

Of misschien juist wel?

Als we ons een catastrofe als die in Japan proberen voor te stellen, en daarmee de noodzaak tot herstel, voor zover dat straks nog mogelijk zal zijn, zullen we in ieder geval weten, wat werkelijk noodzaak is. We zullen ons dan misschien wel twee of drie keer bedenken, voordat we bijvoorbeeld economische noodzaak als argument om te bouwen in de strijd werpen. En dan hebben we het nog niet eens over de werkelijke bedoeling achter de titel van dit stukje.

Die werkelijke bedoeling gaat over het zonder noodzaak uitputten van Moeder Aarde. Het zonder scrupules verspillen van grondstoffen, het vernielen van regenwouden, het kiezen voor fossiele of kernenergie bijvoorbeeld in plaats van alles op alles te zetten om alternatieve energiebronnen te ontwikkelen. Het zonder enige vorm van gêne korte termijnwinst boven de toekomst van ons nageslacht te plaatsen en dat politiek ook nog met droge ogen durven te verdedigen. Overigens : er kan natuurlijk nooit een noodzaak bestaan om de aarde uit te putten.

Uiteraard moeten we wel bouwen, maar we moeten het doen met oprechte liefde voor onze aarde en haar leefmilieu. We moeten oprecht genieten van datgene wat onze Moeder Aarde ons te bieden heeft en voorzichtig, heel voorzichtig gebruik maken van de allernoodzakelijkste ingrediënten om te bouwen voor de allernoodzakelijkste gebouwen.

En we kunnen natuurlijk het bestand aan gebouwen, dat we tot ons bezit rekenen, inventariseren, herdefiniëren en aanpassen aan onze steeds veranderende wensen en gebruiken, tot het einde toe. Als je blijft aanpassen, vernieuwt zich de omgeving permanent. En om de aarde leefbaar te houden, zullen we onszelf en onze omgeving doorlopend moeten vernieuwen. Opnieuw uitvinden. En dat met gebruikmaking van de zich steeds verder ontwikkelende kennis van de aarde en wat daar allemaal op en in gròeit. We moeten bovendien bij alles wat we bouwen, verbouwen, renoveren of restaureren, onszelf de verplichting opleggen om niet slechts gebruik te maken van de kennis van nu, maar tijdens ons dagelijkse werk continue te innoveren. Tot in de kleinste details. Ons werk zèlf moet innoverend zijn. We zullen niet mogen toestaan, dat innovatie exclusief is weggelegd voor de researchafdelingen van grote bedrijven. En dat we ons daarachter verschuilen.

Als we met die intentie werken, zullen de resultaten van onze inspanningen direct profijt opleveren voor ons leefmilieu en – dat is dan mooi meegenomen – voor het gebruik van onze gebouwen. Dat gebouwen mee kunnen werken aan een beter milieu was tot voor kort een hopeloos utopische geitenwollensokkengedachte. Inmiddels weten we beter. Gebouwen kunnen meer energie leveren, dan ze verbruiken.

Dat overwegende zouden we dus absoluut wèl moeten bouwen. Oké, er zijn ongetwijfeld ook nog andere activiteiten te bedenken, die ons milieu ten goede komen, maar bouwen – noodzakelijk bouwen- kan er zeker ook èèn zijn.

.

« Previous Page