Duurzaamheid, sustainability, sustainisme…

Ik ben in gesprek met een jonge tuin- en landschapsarchitect. Gaat over vormgeving en duurzaamheid in zijn vakgebied. En over begrippen, die we tien jaar geleden nog amper kenden :  cradle to cradle bijvoorbeeld. Van niks naar alles en weer terug. Hij ontwerpt tuinen en landschappen, waarin alles wat gebruikt wordt, uiteindelijk door de natuur zelf weer wordt opgevreten. De natuur moet ook leven, nietwaar?

En vanzelfsprekend hebben we het over duurzaamheid in bouwen, want dat is mijn vakgebied. We zijn gauw klaar : met zo weinig mogelijk energieverbruik een gebouw maken, gebruiken en teruggeven aan zichzelf : de natuur.

Als we het goed doen, eet de natuur ook hier zijn bordje he-le-maal leeg. Zoals het hoort.

De tijd, dat het bouwen van heel veel huizen noodzaak was is wel ongeveer voorbij : we hebben huizen genoeg. Of ze voldoen aan onze wensen?

Daar kun je wel een boom over opzetten. Er zijn geen grenzen aan onze wensen. We zijn gedoemd om steeds meer te willen, groter, verder, mooier, beter. We zijn gedoemd tot Vooruitgang. En Vooruitgang staat, als je even niet oplet, op erg gespannen voet met duurzaamheid.

De energie die verbruikt wordt om bijvoorbeeld een huis te bouwen, is waarschijnlijk meer dan genoeg om een leven lang te leven. Nee, we kunnen niet leven zonder energie te verbruiken, maar hoe minder je doet, hoe minder je verspilt. Je zou zeggen : ga lekker in de zon liggen.

In aanleg gaat het in geval van bijvoorbeeld mensenrechten om eten en drinken, kleding en een dak boven ons hoofd. Stel nu, dat we ons daarmee tevreden konden stellen, nee, dat we daarmee volkomen gelukkig zouden zijn….

Helaas.

We zijn gedoemd om vooruit te gaan, groter, mooier, en vooral mèèr te willen.

Meer, veel meer eten, dan je op kunt : Frikandellen-eetwedstrijden.

Meer, veel meer inpikken, dan je verbruiken kunt : Miljoenenbonussen.

We moeten kennelijk altijd mèèr willen.

Ik kijk naar buiten na alweer een heftige niesbui – allergie, de hazelaar en de els roeren zich – het voorjaar dient zich weer aan. Alles ontstaat weer uit het niets.

Is natuurlijk niet zo : eerst was er de gedachte, het idee, de droom. Die droom bleef doormalen totdat de natuur zich niet meer in kon houden en zie daar : zaadjes werden kleine plantjes, kleine plantjes werden bomen, daar bouwden wij hutten mee; van de restjes maakte de natuur –die heeft tijd zat– klei, daar maakten wij weer stenen van en och, we waren zo een paarduizend jaar verder en we vlogen naar de maan.

Onze doem heeft ons steeds verder gebracht. Steeds verder weg van onszelf. Maar tegelijkertijd ontdekten we ook geweldig goede dingen. De gezondheidszorg toont dat aan. We kunnen steeds meer mensen genezen van inmiddels bijna alles, zelfs van allergieën. Alleen, de natuur lijkt zich ook steeds verder te ontwikkelen : als we hem de ene ongeneeslijke ziekte afhandig maken, verzint hij weer een volgende. Zo blijf je natuurlijk bezig. Natuurlijk.

Moet je dan nog wel nieuwe huizen willen bouwen ? Of tuinen en landschappen aanleggen ?

Zijn er grenzen aan wat we moeten willen?

Moeten we niet gewoon in de zon gaan liggen…?

En een beetje soezen… een beetje denken…?

Fantaseren over wat allemaal beter kan?

Beter,  groter, mooier, verder!

Daar gaan we weer…

.